Molens

Dit overzicht is in eerste opzet maar zeer summier. We houden ons ten zeerste aanbevolen voor goed gedocumenteerde aanvullingen en correcties.
(met dank aan A. Struijck, die ons een aantal nuttige tips gaf)

Molens aan de huidige Buitenwatersloot

Hoewel de belangstelling voornamelijk uitgaat naar de molens binnen en op de vroegere stadsmuren van Delft, kent ook de huidige Buitenwatersloot een aantal molens die aandacht verdienen. Omdat deze ten dele moeilijk te koppelen zijn aan bepaalde huisnummers en ook een eigen geschiedenis kennen, leek het ons beter hier een aparte knop voor te maken. Van de molens die langs de Buitenwatersloot hebben gestaan, zijn nauwelijks zichtbare overblijfselen bekend. Deze beperken zich tot de gevelsteen in de gevel van de panden die op de plaats van de Papegay zijn gebouwd.









Voorlopig hebben wij enkele molens kunnen achterhalen die aan of bij de huidige Buitenwatersloot hebben gestaan:
A. Een oudere (koren)molen.


Kaart van Krukius uit 1712
B. De Papegay. (nr 159)
C. De Uyl, die ter hoogte van de Krakeelpolderweg moet hebben gestaan.
D. De Gekroonde Zalm een houtzaagmolen.
E. De oliemolen waarvan het restant nu 411 als nummer heeft.
F. Kruitmolens. Terrein latere Kogelgieterij.
G. Windmolen.
 

A. korenmolen
Heeft ongeveer op de plaats van nr 130 gestaan. (verder geen gegevens bekend)

B. De Papegay (nr 159)

Naast 157 stond op een hoge aarden heuvel molen 'De Papegay'. Deze was aan de straatzijde slechts afgeschermd door een ijzeren hek. De molen zou eigenlijk al voor de eerste wereldoorlog worden gesloopt. Voor de sloop en de grond was ruim 100.000 gulden geboden, toe een heel goed bod. De potentiele kopers wilden op de plek een R.K. kerk bouwen, maar de eigenaars hadden een ander geloof, zodat ze daar principieel op tegen waren. (De kerk is aan de Raamstraat gebouwd) Na de sloop in 1936 werd er een blokje etagewoningen gebouwd, met in de gevel de gevelsteen van de voormalige molen. Op deze gevelsteen staan bij het jaartal 1690 de volgende woorden:

DE PAPEGAY IS MYN NAEM
TOT MALEN BEN ICK BEQUAEM
DIE DIT WERCK HEEFT DOEN MAKEN KYCK
SY IS GENAEMT LEUNTA JACOBA V DYCK

Een 'nieuwe steen, die er onder is geplaatst, vermeldt de volgende verklaring op rijm

DE PAPEGAAY, DE MOLEN VAN VAN DIJCK:
DE SLOOPER MAAKTE HAAR MET DE GROND GELYK;
WANT ZIJ HAD AFGEDAAN EN ZOO GE NU AANSCHOUWT
ZIJN OP HAAR PLAATS DEEZ'WONINGEN GEBOUWD
1936

De naam Papegaay komt voor het eerst voor in de zeventiende eeuw toen Cornelis van Dijk eigenaar was.
In 1757 vroeg hij om ingevolge art. 25 van de Ordonnantie op ’t gemaal, met zijn moutmolen ook bakgoed te mogen malen. Als molenaar voerde hij aan, behalve dat de brouwers begonnen waren zelf hun mout in de brouwerijen te malen met rosmolens, vooral “de geringheid en stilstand van de brouwerijen binnen deze stad”. Dit verzoek werd toegestaan en voortaan draaide de Papegay met de Roos-, de Groen- en de slikmolen ook mee voor de bakkers. Toen in de loop van 1770 door Cornelis van Duyn Jr een branderij werd gevestigd was het oordeel dat de concessie aan de Papagay verleend, daardoor vanzelf kon vervallen. De Burgemeesteren rieden beide partijen aan een overeenkomst te treffen, die inderdaad tot stand is gekomen. De Papegay mocht naast mout ook bakgoed blijven maken, maar zou ter verdeling aan de andere molenaars een jaarlijkse som uitkeren van 50 gulden voor de eerste, 50 gulden voor de tweede en 25 gulden voor elke volgende branderij die zou worden opgericht. Alleen wanneer door het geheel of gedeeltelijk stilstaan van de branderijen minder dan 100 gulden in een jaar aan elke branderij was verdiend, zou die uitkering vervallen (Contract aangegaan voor notaris Westakker, 11 januari 1771). Op 14 januari verleende de wethouder de goedkeuring aan deze overeenkomst.

Tijdens het begin van de kadastraleregistratie in 1832 stond als eigenaar te boek: Pieter Nicola en consorten. Pieter was broodbakker van beroep.

F
oto's van de afbraak van de molen en van de gevelstenen (met dank aan Joke Kistemaker, 157C)
Bij de vroegere oprit naar de molen ligt in de bestrating een molensteen.


Afbraak van de molen

Gevelstenen

C. De Uyl

Op de kaart van Jacob van Deventer van 1557 staat aan de zuidzijde van de Buitenwatersloot de standerdmolen De Uijl aangegeven. De molen stond ongeveer ter hoogte van de huidige Krakeelpolderweg. Het was een korenmolen die in 1561 voor de 10e penning werd aangeslagen. In 1650 is de molen herbouwd, en in 1692 werd de molen door de erfgenamen van molenaar Leendert Hoogeveen verkocht. Zoals gebruikelijk was in die tijd, hoorde er ook een rosmolen bij. De molen is in 1736 afgebroken; er zijn geen sporen of herkenningstekens meer aanwezig op de plaats waar de molen gestaan heeft.
Met dank aan A.J.J. Struijk
.

D. De Gekroonde Zalm
Deze molen heeft een voorganger gehad, die mogelijk iets verder van de Buitenwatersloot afstond. Op een kaart van Krukius uit 1712 wordt daar reeds een zaagmolen vermeld.
De Gekroonde Zalm zou gestaan hebben op de plaats waar nu de sportzaak van Siem de Jong is gevestigd (nr. 351). Deze molen is oorspronkelijk te Zaandam-Oost gebouwd in 1725.
In 1747 werd hij gekocht door Jacob Michielszoon Hartog en verplaatst naar de toenmalige Ambachtsheerlijkheid Hof van Delft om dienst te doen als balkenzager. Later maakte dit gebied deel uit van de gemeente Hof van Delft. In 1921 werd deze gemeente opgeheven en viel toen onder de gemeente Schipluiden. Van 2004 af viel dit gebied onder de gemeente Delft.
De molen is gebouwd als geheel grenen constructie. Het is een paltrokmolen, het oudste type houtzaagmolen. De molen wordt met aangebouwde loodsen in zijn geheel gekruid, draaiend op een korte, zware, houten stijl (koning) en daarbij steunend op een cirkelvormige baan met rollen. Het merkwaardige silhouet van de molen met aangebouwde loodsen ontleent zijn naam aan de uitstaande kledij van naar ons land om geloofsredenen uitgewekenen uit de Palts.
Tijdens de recente nieuwbouwactiviteiten zouden nog restanten zijn gevonden.
De boomstammen werden via de Carthuizer Watering aangevoerd. Achter de molen zou ook nog een balkengat hebben gelegen.
Het was de laatste nog werkende paltrokmolen in Zuid-Holland. De laatste eigenaar was de firma E. van Schaik.
De molen verdween in 1923 door sloop.


E.
Gebouwen van de voormalige stoomolieslagerij Mercurius

Mercurius een, inmiddels Delfts, gemeentelijk monument.

De eerste editie van Twee Gezichten van... in het gemeenteblad van de toenmalige gemeente Schipluiden meldde in mei 2002 dat er op het, per 1 januari 2004 Delfts geworden, VDD terrein in Den Hoorn nieuwbouw zou komen voor Delft en dat oude oliemolen Mercurius dan waarschijnlijk gesloopt zou worden....

Kort na de gemeentelijke herindeling meldt de Delftsche Courant op 23 februari 2004 dat op het bovengenoemde terrein 500 nieuwe woningen gebouwd gaan worden. Voor de oude gebouwen van Mercurius is een speciale plaats ingericht: een nieuw gemeentelijk (Delfts) monument wordt de poort naar de nieuwe wijk!!

Misschien heeft de publicatie van indertijd een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van een stukje cultuur historie.

(Voor ontwikkelingen vanaf 2007 zie 411)

Klik hier voor een verhaal over de 175 jarige oliemolen Mercurius (1829 - 2004).
Of hier voor een verhaal in Molendatabase.org


Voormalige stoomolieslagerij 1900

Voormalige stoomolieslagerij 2002

F. De kruitmolens
Vier kruitmolens op het terrein van de latere Kogelgieterij.
In 1672 werd het terrein van de toekomstige Kogelgieterij aangekocht door Salomon van Heul. Hij ging een contract aan met de Staten van Holland en West-Friesland om voor hun kosten naast zijn al bestaande (waar is ons nog niet bekend) op dat terrein vier kruitmolens te bouwen alsmede een stalling voor 16 paarden. Kennelijk zijn dit dus rosmolens.
In 1721 overlijdt Salomon van Heul waarna het bedrijf wordt voortgezet door zijn schoonzoon Willem Steal, die echter na twee jaar eveneens overlijdt. De kruitmakerij wordt dan eigendom van Hendrik en Nicolaas van Hoorn. In 1742 vloog een van de kruitmolens in de lucht., waarbij zelfs schade in de binnenstad tot de Rotterdams poort werd aangericht. De twee kruitmagazijnen zijn zo goed als gespaard gebleven. De Staten van Holland hadden nog het eigendomsrecht op de resterende molens en de 's lands kruitmagazijn en besloten deze te verkopen. De magistraat van Delft kochten eerst de grond en grachten en daarna de bebouwing. Zie de scriptie van Karin Vlaar, aan te klikken bij nummer 270, De Kogelgieterij.

G. Windmolen
Juist achter het poortgebouw van de Kogelgieterij zijn wieken zichtbaar. Het poortgebouw is in 1845/1846 gebouwd en zou de wind weggevangen hebben, waarna de molen is gesloopt. Mogelijk is dit de houtzaagmolen die in 1832 in het bezit was van Hermannus Hartogh Heys, houtkoper. Deze molen stond op het terrein waar later de houtzagerij van Vreeburg was gevestigd ( nu ex-belastingkantoor en de woningen en Freinetschool aan de Loevesteinplaats).
Verder beschikken wij nog niet over gegevens betreffende deze molen.