, omstreeks 1797-1798 wijknummer VII.288g.




Bewoners

1983 GAD

Bewoners/bedrijven volgens het bevolkingsregister diverse adresboeken
en telefoonlijsten, zo mogelijk aangevuld met verdere informatie:
1881 F.H. Siljee machinist
1884 B. v.d. Akker
D. van Seuren
machinist
sigarenmaker
1886 H.J. v. Munster sigarenmaker
1890 mej. G. Briel
J. Petersen
J. Stolk
sigarenmaker
opzichter R.M.
koopman
1891 mej. G. Briel
J. Petersen
A. Koole
sigarenmaker
opzichter R.M.
werkman
1892 A. Koole werkman
1894 T.J.H. Nijenhuis
J.C. van Woerden
stukadoor
banketbakker
1895 - 1896 J.C. van Woerden banketbakker
1897 J.C. van Woerden
mej. P. Bakkeren
banketbakker
1898 - 1904 J.C. van Woerden banketbakker
1905 - 1908 J.C. van Woerden
E.A.M. Raadt
banketbakker
winkeljuffrouw
1909 - 1919 J.C. van Woerden banketbakker
1920 J.C. van Woerden
H. van Woerden
banketbakker
banketbakker
1921 - 1923 H. van Woerden banketbakker
1924 M. de Lange
J.J. Vermeulen
broodbakker
serg. inf.
1925 M. de Lange
broodbakker
1926 M. de Lange
J.P.A. Heuvel
broodbakker
fabrieksarbeider
1927 - 1934 M. de Lange broodbakker
1935 M. de Lange
W. de Lange
broodbakker
banketbakker
1936 - 1948 M. de Lange broodbakker
1949 M. de Lange
H. de Lange
broodbakker
korp. 3e kl. telegrafist K.M.
1969 - 1970 M. de Lange & Zn
A.P.M. Broks
brood en banketbakker
1989 - ±2008 M. Heikens en A. v.d. Elsken (winkelgedeelte)
(Winkel in houten speelgoed: Poppedijn)
(uitgebreid in 1991 en 1994)
 
±2008 - ? kapsalon RIMA & Schoonheidssalon Louise
C.A. Timmermans
E.J. Oosterhuis
 
2010 kapsalon RIMA  
 
Hoofdelijke Omslag (overzicht jaarinkomen)
1904
J.C. v Woerden f 1000
1910
id. f 2000
1917 J.C. v Woerden
H. van Woerden
f 4000
f 1000



Familie de Lange

Mijn opa Reijer heeft samen met zijn broers vroeger een bakkerij gehad in dit pand. De grondlegger van de bakkerij was Martinus de Lange, gehuwd met Jannetje van Rij. Zij hadden zeven kinderen waarvan Reijer de Lange de een na oudste was. Hij en een jongere broer, Willem, namen later de bakkerij over en vormden de Firma M. de Lange en Zonen. Rond 1965 is de bakkerij opgeheven, gesaneerd. Ik ben nog opzoek naar foto's van de bakkerij.
Mijn opa, was naast het bakker zijn ook kunstschilder. Met name over zijn kunstzinnig leven gaat mijn site http://www.reijerdelange.com/ Mijn opa schilderde realistich. Heel veel portretten maar ook stadsgezichten van Delft of oude meesters, dit gebeurde meestal in opdracht.

Marco de Lange

Trouwkaart
Oven in de bakkerij
 
 
Briefpapier van de bakkerij
 
Briefpapier met schets en/of aantekeningen
14 december 1929
15 juli 1943
23 augustus 1979


Historie van nr. 25.
22-5-2007

Inleiding

Het pand aan de Buitenwatersloot 25 kent een rijke historie. De gemiddelde lezer is daarmee welbekend. Minder bekend echter, is de historie die voorafgaat aan de studentikoze glorietijden die het pand kende en nog steeds kent. U zou deze geschiedenis kunnen zien als de prehistorie van dit illustere plekje, een prehistorie die nog doorademt in de sfeer die het pand heden ten dage kenmerkt en er als het ware het fundament voor vormt. Toen Amice Johan Barnhard en ondergetekende zich nog wat meer onledig hielden dan heden ten dage, heeft deze rijke historie ons richting het gemeentearchief van Delft gedreven, alwaar een wereld voor ons openging. Voordat we daarover berichten komt echter eerst de archeologie aan bod, om ervoor te zorgen dat de bewijsstukken in volgorde van ontstaan worden aangeboden. Met dank aan Aad Dulfer, amateurarcheoloog en drijver van het antiquariaat wat een jaartje in de winkel beneden gevestigd is geweest.

Archeologie en algemene geschiedenis
Sporen in het pand en met name de kelder wijzen erop, dat er reeds in de 16e eeuw bebouwing is geweest op dit stuk grond. In de winkel zijn een jaar geleden wat opgravingen gedaan waar tegelscherven gevonden zijn alsmede een pijpenkop van een Goudse pijp. Deze tegeltjes zijn eenvoudig te dateren aan de hand van het patroon wat ze hebben, en deze bevestigen de zestiende eeuwse wortels. Beneden achterin het pand bevindt zich een authentieke waterkelder, met een tegelvloer van geglazuurde tegels zoals deze in de 17e eeuw gebouwd werden. Deze kelder behoort echter niet toe aan het voorste pand, aangezien dit zich waarschijnlijk pas de laatste tweehonderd jaar tot die plaats uitstrekt. Het geeft echter wel aan dat er vlak achter het huis een optrek was, wat weer aannemelijk maakt dat het aan de gracht gelegen huis er toen ook al was. De tegels in de gang zijn ook 16e of misschien 17e eeuws en verraden een rijke eigenaar. Het kan echter zijn dat deze tegels door de toenmalige eigenaar tweedehands zijn opgekocht en stammen uit een statig binnenstadpand. Verdere zoektochten naar relicten uit vervlogen tijden op de binnenplaats, waar waarschijnlijk de put (een rijke bron van vondsten) heeft gezeten, hebben helaas bitter weinig opgeleverd. Al met al is er inmiddels voldoende bewijs aangedragen om de 16e eeuwse wortels van het pand bewezen te achten. Het is zelfs niet onaannemelijk dat er zelfs in de middeleeuwen al bebouwing was. Dit is ondermeer te vermoeden door oude stadskaarten van Delft, die echter niet als erg betrouwbaar te boek staan. Eenvoudig oude op nieuwe kaarten leggen en de plaats uitpeilen is dan ook geen afdoende bewijs.

Worstelingen met archieven
De volgende informatiebron is het gemeentearchief, waar het eigenlijk allemaal begonnen is. Vlijtig onderzoek in dat gemeentearchief leverde een flink aantal droge feiten en wat grappige wetenswaardigheden op. Het is in Delft niet ongebruikelijk om geïnteresseerd te zijn in de historie van je huis, en het gemeentearchief is dan ook goed ingericht voor dit soort onderzoek. Dankbaar maakten we gebruik van de handleiding voor historisch onderzoek die daar voorhanden zijn. Zo kregen we de sleutel in handen die het mogelijk maakte de onafzienbare rijen microfiches van alle administraties van de oude stad te begrijpen, en te vinden wat we zochten. Zoals vaak bij historisch onderzoek begin je in het heden en probeer je terug te gaan in de tijd. Wij hebben dat gedaan, en ik zal eerst kort vertellen hoe dat in zijn werk gaat en daarna wat het heeft opgeleverd.
De eerste echt betrouwbare informatie komt uit het kadaster wat in 1832 gereedkwam. Daar vinden we gedetailleerde kaarten met een consequente perceelnummering die om redenen van belasting goed gekoppeld is met namen van bezitters. De voor ons relevante perceelnummers zijn te vinden op de kadastrale kaart en zijn A266-A269. A266 is een tuin, A267 een huis op de plaats van het huidige nummer 23, A268 een huis op de plaats van ons huis en A269 een hoefstal aan de waterkant. Ook is de omvang van de percelen en het gebruik ervan omschreven, omdat aan de hand daarvan de belasting werd berekend. Wijzigingen zijn summier met kernwoorden genoteerd, en soms zijn verwijzingen te vinden naar notariële akten, die soms ook nog (zelfs in origineel) in te zien zijn, en die een alleraardigste bron van informatie vormen. Vanuit dit kadaster kun je tot in 1905 komen, waar het nieuwe kadaster begint.
Voordat het kadaster gereedkwam was er een 'verpondingsregister'. In het register van 1795-1805 is een aantal eigenaren van ons perceel vermeld. De verpondingsregisters gebruikten een eigen nummering en in die nummering hadden ons pand en dat van de buren de nummers 248 en 249. Om voor het verpondingsregister nog verder terug te kunnen moet er gezocht worden in het 'huizenprotocol'. In het huizenprotocol wordt alleen niet meer op straat en nummer geadministreerd, maar op eigenaar. Zowel voor het verpondingsregister als voor het huizenprotocol is er echter een moeilijkheid. De Buitenwatersloot ligt niet binnen de stadsmuren en wordt daarom niet in de straatnamenindex van het verpondingsregister genoemd en is ook niet opgenomen in de lijst van eigenaren van het huizenprotocol. Gelukkig bleek er in het verpondingsregister een apart deel te zijn over de 'buitensteden'. Gebieden buiten de muren, helaas zonder index, maar waar met enige vlijt de Buitenwatersloot wel in te vinden is. Eenzelfde manier van noteren is er voor het huizenprotocol, waarin de Buitenwatersloot te vinden is bij de administraties van Delfshaven e.a..
Het huizenprotocol, wat vanaf halverwege de 17e eeuw is bijgehouden levert per huis een bladzijde waarop eigenaren en belastingen vermeld worden. Elke keer als er iets veranderd wordt op dat zelfde vel een aantekening gemaakt. Geen wonder dus dat de vellen van het huizenprotocol een rommeltje zijn, waar slechts met de grootste moeite wat van te maken is. Verder werden panden vaak omschreven met behulp van de namen van de buren, wat betekend dat je om zeker te zijn van je zaak wat betreft 1 pand, al gauw het werk voor drie panden moet verrichten. Vanuit het huizenprotocol is er wel een verband te leggen met allerlei koopacten en aan de hand daarvan is de oudste eigenaar die ik tot nu toe heb gevonden getraceerd.

De feiten
We zijn in 1785. Het huizenprotocol vertelt ons het volgende: Aan de Buitenwatersloot zuidzijde te Delft koopt Martinus van Meeter een huis. Een paar jaar later, in 1792 verkoopt hij dat huis aan Albertus Sijthoff. In 1808 is er weer sprake van een mutatie in het huizenprotocol. Daar koopt dezelfde Albertus Sijthoff een huis, tuin, kuijperswinkel en erve van de bejaarde ongetrouwde Maria van der Lee, die het weer gekocht zou moeten hebben van een zeker Jan van der Kooij in 1781. Nogmaals: dit is zeer onduidelijke informatie.
Nu komt het verpondingsregister 1795-1805 aan het woord: Daar vinden we meerdere namen op rij, en het is zeker dat het om de juiste locatie gaat, gezien omschrijvingen in notariele acten. De eerste is weer Albertus Sijthoff. De tweede naam is Nicolaas Hollander, die in het gemeentearchief van Rotterdam opduikt als van beroep Brander, en een enorm rijk man is. De derde naam is Maria Hollander huisvrouw van Anthony van Brussel, een smid.
Vanaf hier is de stap naar het kadaster te maken. Daarin is de eerste eigenaar omschreven als 'erven Johanna Barbara Gielen, weduwe van Nicolaas Hollander'. De panden gaan daarna over op een eigenaar die omschreven wordt als 'Maria Helena Hollander en Consorten, weduwe Anthony van Brussel'. Dit is het overlappunt van kadaster en verpondingsregister, waar u dezelfde namen hebt gezien.
Gewapend met deze lijst namen ben ik in het Rotterdams gemeentearchief gaan zoeken en daar heb ik een enorm aantal notatiële acten gevonden over de familie Hollander. Nicolaas Hollander was een zeer rijke brander. Hij woonde te Rotterdam aan de Botersloot en bezat daar een branderij en verder in de stad vele panden waaronder smederijen. Het pand in Delft wordt bewoond door zijn dochter en schoonzoon Anthonij van Brussel en Maria Hollander, die daar een smidsbedrijf hebben. Als Nicolaas Hollander in 1821 sterft en zijn vrouw Anna Barbara Gielen in 1824, laten zij voor ruim hfl. 42.000,- aan bezittingen na. Gerekend naar onze tijd een multimiljonair. Maria Barbara erft de Delftse panden ter waarde van hfl. 3.600,--
Deze familie was smid, en er is door meerder notariële acten bewezen dat er sprake was van woonhuizen, een bedrijfsruimte en een werkplaats aan de slootkant, waar waarschijnlijk paarden werden beslagen. Later, in 1853 koopt de kleinzoon van Nicolaas Hollander, Johannes Nicolaas van Brussel het gehele complex van zijn broers en zussen, die het samen geerfd hadden. Deze overeenkomst wordt in uitspanning de Bolk getekend, op de hoek van de Buitenwatersloot. Wat een ontspannen sfeer aannemelijk maakt. Deze Johannes Nicolaas van Brussel is tevens smid.
De eerste volgende datum komt van het kadaster en is 1864. Het gaat om de verkoop van de panden door Johannes Nicolaas van Brussel aan een zekere Jacobus Heemskerk, een timmerman en wagenmaker. Hij koopt alleen eerst niet alle panden maar slechts een deel (de nummers A266, A267 en A269). Het andere pand nummer A268, wat ons pand is, wordt verkocht aan een apotheker en drogist genaamd Hendrik Willem de Kruijff. Deze de Kruijff laat in 1865 een 'splitsing' plaatsvinden, wat waarschijnlijk betekent dat het pand apart van de andere panden die nu in Heemskerks bezit zijn, te gebruiken wordt. De Kruijff bezit veel, ook in de buurt van ons pand, waaronder weilanden. Het is dus aannemelijk dat hij om die reden het pand wilde hebben. Wellicht maakte hij er medicamenten van de kruiden uit zijn weilanden.
Ook Jacobus Heemskerk bezit veel panden aan de Buitenwatersloot en elders en is erg bedrijvig. De vele ontheffingen die terug te vinden zijn voor het opleggen van hout aan de waterkant getuigen daarvan. Deze man vindt het nodig om de panden flink te verbouwen. Hij verbouwt pand nummer 267 in 1865, wat neerkomt op het afscheiden van het pand van de Kruijff en bouwt bij. Dit resulteert in het samenvoegen van de perceelnummers A267 en A266 tot A1985 als 'Huis Pakhuis en Erf', en een tuin als nummer A1986. Aangezien Heemskerk goede zaken doet verloopt regelmatig de omschrijving van zijn onroerend goed om hoger belast te worden, zowel in 1868 en 1873.
Blijkbaar vindt de Kruijff het in 1871 wel welletjes en besluit hij ons pand aan Heemskerk te verkopen. Die laat een 'herbouw' plaatsvinden in 1876, wat betekent dat de percelen met nummers A1985 en A1986 (huis en tuin) nu veranderen in de nummers A2401 en A2402 en A2404. Dit zijn een huis, een schuur en een smederij. Ons huis, nummer A268 wordt A2403. Het is aannemelijk dat alles met elkaar in verbinding stond. In 1891 wordt de langs de sloot staande hoefstal helaas gesloopt. In de jaren daarna gebeurt er vast nog van alles maar er is een blad uit het kadaster onvindbaar. Gelukkig verkoopt Heemskerk ons pand 1894 zodat de beschrijving daarvan op een ander blad, van een andere eigenaar terug te vinden is.
Van deze verkoop is een uitgebreide akte die ik u niet wil onthouden:

Akte
Verkoop en transport door den heer J. Heemskerk, te Delft, aan den heer J.C. van Woerden aldaar, van a. een huis en erf aan de zz. Van de Buitenwatersloot no. 25, te Delft, kad. Sectie a. nr. 2403, groot 1.'02, are. B. eene broodbakkerij en erf gelegen achter het vorige en daaraan verheeld, volgens eigen meting groot 52 are begrepen in het kadastrale perceel gemeente Delft sectie A no. 4542, voor het geheel groot 2.43 aren. Voor f 6000.-

In dato 1 mei 1893.

Den eersten mei achttien honderd drie en negentig. Compareerden voor mij Willem Levinus Verschoor, notaris te Delft, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heer Jacobus Heemskerk, particulier, wonende te Delft, ter eene;
En de heer Jan Cornelis van Woerden, broodbakker, mede wonende te Delft, ter andere zijde.
Zijnde de comparanten mij notaris bekend.
De comparant ter eene verklaarde te hebben verkocht aan dien ter andere zijde, die erkende te hebben gekocht:
een winkelhuis en erf aan de zuidzijde van de Buitenwatersloot te Delft, nummer 25, kadaster sectie A nr. 2403, groot een are twee centiaren.
eene broodbakkerij en erf gelegen achter het vorige perceel en daaraan verheeld, volgens eigen meting groot twee en vijftig centiaren, begrepen in het kadastrale perceel gemeente Delft sectie A no. 4542, voor het geheel groot twee aren drie en veertig centiaren.
Verklarende de verkoper dat de bij deze verkochte onroerende goederen met geene hypothecaire inschrijvingen zijn belast en hij daarvan den eigendom heeft verkregen gedeeltelijk bij acte den tweeden mei achttien honderd zeventig voor den notaris meester Pieter Post Uiterweer te Delft verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore, te 's Gravenhage, den negenden mei daarna in deel 425 nommer 38; en gedeeltelijk blijkens processen verbaal den elfden en den achttienden april achttien honderd drie en zestig door den notaris meester Bartholomeus van Berkel te Delft gehouden, overgeschreven ten hypotheekkantore voormeld, den tweeden juni daarna, deel 327 nommer 66.
Partijen verklaarden wijders dezen verkoop en koop te hebben gedaan op de volgende voorwaarde:
De kooper treedt dadelijk in het bezit en genot van zijn gekochte, dat dan ook van heden voor zijn rekening en te zijnen bate en gevaren is.
Hij aanvaardt zijn gekochte onder het genot van alle heerschende en den last van alle lijdende erfdienstbaarheden, die daartoe volgens titels bezit of verjaring behoren.
De verkooper verbindt zich tot vrijwaring volgens de wet bedingende echter dat hij niet aansprakelijk zal zijn voor verborgen gebreken op hem onbekende latten.
De grondbelasting en alle verdere lasten van het verkochte zijn van heden voor rekening des koopers.
De vensters en het deurkozijn in de oostelijke zijmuren der beide voormelde perceelen mogen blijven bestaan, terwijl bij mogelijke bebouwing muren of heiningen minstens een meter daarvan verwijderd moeten blijven. Evenzeer mag blijven bestaan het venster of raamkozijn in den zuidelijken muur van het hiervoren onder B. vermelde perceel, waarin de koper nog een tweede raamkozijn mag plaatsen. Het deurkozijn aldaar moet door den koper worden uitgebroken en de opening worden dichtgemetseld, terwijl de twee laatst bedoelde raamkozijnen slechts vaststaande ramen mogen hebben ofwel openslaande of schuiframen, mits alsdan de kozijnen voorzien worden van traliën, die ten hoogste tien centimeters tussenruimte, de eene van de andere mogen hebben.
Het verkochte heeft door de overbouwde poort en de daarachter gelegen open plaats recht van in en uitgang van en naar de Buitenwatersloot en wel in de zomermaanden van 's morgens half zes tot 's avonds acht uur en in de wintermaanden van 's morgens zeven tot 's avonds acht uur, terwijl de kooper van genoemde poort en plaats geen gebruik mag maken tot berging van een of ander. De passage mag door geen van rechthebbenden of rechtverkrijgenden worden belemmerd. Bij mogelijke verbouwing zal bedoelde poort eene breedte van minstens een meter moeten behouden. De poort is begrepen onder het kadastrale perceel gemeente Delft sectie A nommer 2404, voor het geheel groot negen en zestig centiaren aan den verkooper in eigendom opgekomen blijkens de gemelde processen-verbaal door genoemden notaris Van Berkel te Delft gehouden; en de bedoelde open grond is begrepen in het reeds genoemde nommer 4542. De huurder van het ten oosten gelegen onroerend goed kadaster sectie A nommer 2404 is echter bevoegd gezegd poort na 's avonds acht uur te sluiten en gesloten te houden tot 's morgens op den daarvoor bepaalde tijd.
De kooper en zijne opvolgers hebben het recht van medegebruik onder den last van mede onderhoud van den waterput in den meergemelden open grond van perceel nommer 4542. Het uitloopen van het riool van het verkochte mag langs den voorgevel van het naast gelegen huis nommer 2404 blijven bestaan terwijl het onderhoud van het riool onder de straat tot aan de waterkant voor gemeenschappelijke rekening is.
Zoo lang door de kooper of zijnen opvolgers eene broodbakkerij uitgeoefend zal worden mag in het belendende huis, kadaster sectie A nommer 2404 geen dergelijke zaak gedreven worden.
Al de rechten en kosten op dezen eigendomsovergang vallende, zijn voor rekening van de kooper. De kooper erkent de oude eigendomsbewijzen van zijn gekochte, voor zoover ze voorhanden zijn, te hebben overgenomen.
Deze verkoop en koop is gedaan voor de som van zes duizend gulden, welke de comparant ter eene erkent op het verlijden dezer van dien ter andere zijde te hebben ontvangen, hem deswege kwiterende bij deze.
Tot nakoming dezer kiezen comparanten domicilie ten kantore van den houder dezer minute, alwaar zij zich verbinden als naar rechten.
Waarvan acte
Gedaan en verleden te Delft,
Ten dage aan het hoofd dezer vermeld, ten kantore van mij notaris en in tegenwoordigheid van de heeren Cornelis van Ballum, schrijver en Cornelis van der Vlugt, conciërge beiden wonende te Delft en mij notaris bekend als getuige. De comparanten hebben met de getuige en mij notaris deze minute onmiddellijk na voorlezing, al hier getekend.
(Daarna gevolgd door ondertekening.)
De gelukkige koper is dus broodbakker Jan Cornelis van Woerden en consorten. Hij laat in 1894 de achter het huis gelegen bakkerij tot een geheel worden met het voorhuis. Later, in 1901 en 1905 koopt hij van Heemskerk nog meer percelen en verenigt dat met ons huis tot een geheel wat in 1901 nummer A4735 krijgt en in 1905 A5413. Hier eindigt het oude kadaster.

En verder?
Rond de eeuwwisseling zijn er foto's van het pand. Precies aansluitend aan de einddatum in het kadaster is er een foto uit 1905 met alle bedrijvigheid om het pand heen. Daarop staan platbodemschuiten met werkende mensen en de hoogwaterkering die toen nog in de sloot stond. Op het poorthuis staat waarschijnlijk 'wagenmakerij'. Verder is er omstreeks 1920 een foto met in de deuropening een vrouw, waarschijnlijk een bakkersmeid! Verder is er een foto uit de jaren 50 met 'bakkerij de Lange' Onderzoek in stadsgidsen levert op dat in 1927 of 1928 van Woerden niet langer in de bakkerij resideert, maar de Lange. Dit is ook terug te vinden in het geheugen van Amice Elshout. Boven de Bakkerij wonen studenten waaronder stomtoevallig de vader van een toekomstige eigenaar Dhr. Langenhorst. Volgens Ernst Langenhorst tochtte het pand al toen zijn vader op zolder woonde. In 1964 verlaat de Lange het pand. Het is nu niet duidelijk wat er mee gebeurt, het winkelgedeelte heeft in ieder geval een tijd leeggestaan. De volgende winkelbezetter is een antiekzaak. In 1976 of 1977 gedurende 2,5 jaar. Daarna is er weer leegstand, en gaan er geruchten dat er een turkse bakkerij heeft gezeten. In de tachtiger jaren wordt het pand bezit van Dhr. Timmermans, de vader van een studentbewoner. Het winkelgedeelte wordt dan ook door studenten bewoond. In 1988 huist er gedurende een half jaar een naaiatelier 'de Gouden Schaar'. Timmermans verkoopt het pand aan Ernst Langenhorst in oktober 1989. Hij is een huisjesmelker die veel bouwvallige panden bezit. Tegelijk met de overdracht aan Langenhorst komt er beneden een winkel in verantwoord speelgoed, op antroposifische grondslag, genaamd 'Poppedijn', die er bijna 10 jaar zal zitten. Het pand is in deze jaren niet onderhouden. In 1990 is het zelfs zo erg dat de voorgevel dreigt in te storten. Langenhorst grijpt nu wel in en vervangt een houten balk in de voorgevel door een stalen. Daarbij gaat helaas een belangrijk deel van de originele zeker honderd jaar oude winkelpui verloren. Ook de leidingen in het pand moeten in deze tijd op last van de overheid vervangen worden. Een groot deel is dan nog van ijzer, met koperdraden voorzien van een stoffen isolatie.
Langenhorst verkoopt het pand in het voorjaar van 1999 aan de gebroeders Coen en Marijn van der Vegt. Onder van der Vegt huist in de winkel het boekenantiquairiaat 'In den Blauen Oliphant' van Aad Dulfer, in oktober 2000 gevolgd door Stoffenzaak 'De Vijf Zwijntjes' van de familie Evers.

Studenten
Vanaf de zestiger jaren is sprake van bewoning door studenten, waaronder eerder genoemde Langenhorst. Er is ook nog sprake geweest van studentenbewoning op de benedenverdieping, toen daar geen winkel huisde.

Gertjo Tigelaar

Naschrift van de Siteredactie
Wij zijn zo vrij geweest de oorspronkelijke beschrijving enigszins aangepast, maar in hoofdzaak ongewijzigd over te nemen omdat dit artikel ook het onderzoek beschrijft en laat zien, dat daar soms heel wat problemen en tijd aan zijn verbonden.






Bouwgeschiedenis

Zie bewonersverhaal van Gertjo Tigelaar hierboven.





Eigenaars

Zie bewonersverhaal van Gertjo Tigelaar hierboven.





Bronnen

http://bwsdekast.nl/archief/bwshistorie
De geschiedenis van de Delftse Tabaksnijverheid, Auteur L.P. Gartner (2000).